‘Als overheid zijn we op veel gebieden wat ouderwets’

15-02-2019

Interview met Nienke Homan, gedeputeerde in de provincie Groningen

Nienke Homan is namens GroenLinks lid van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen. In die functie is zij onder meer verantwoordelijk voor milieu, energie en energietransitie. Onlangs werd ze ook gekozen tot lijsttrekker van haar partij voor de komende verkiezingen voor Provinciale Staten. Tijd voor een gesprek over klimaatbeleid, overwinnen van weerstand, andere praktische problemen en de voor- en nadelen van polderen.

(Balanina Photography)

(Balanina Photography)

Er is recent enige commotie ontstaan rond de ontwikkeling van zonneparken in het Noorden. Kenners weten allang dat ons stroomnetwerk veel te weinig capaciteit heeft om al die nieuwe elektronen te transporteren. De investeringen die nodig zijn om dit probleem op te lossen zijn uitermate hoog en de vergunning-trajecten duren jaren. Kan dit probleem niet beter nationaal worden aangepakt?

De kunst is om het zowel lokaal als nationaal goed te regelen. Nationaal moeten netwerkbedrijven als Tennet en Enexis meer vrijheid krijgen om vooruit te kunnen plannen en met nieuwe oplossingen te komen. Dat moeten ze doen om antwoord te kunnen geven op vragen als waar hebben we warmte nodig, waar stroom, hoe regelen we de opslag van duurzame energie? Dat gebeurt nu nog onvoldoende.

Lokaal moeten we zorgen dat duurzame opwek van energie met zonneparken en windmolens als iets positiefs wordt ervaren. Dat houdt in dat we zoveel mogelijk rekening houden met lokale wensen. Vroeger dacht je nog niet zo snel aan netverbinding, maar meer aan landschappelijke inpassing en eigenaarschap. Nu balen mensen als 'hun' zonnepark niet aangesloten kan worden. Om dit op te lossen moeten we als overheden en netwerkbedrijven innovatieve plannen maken en samenwerken in nieuwe vormen. In plaats van het naar elkaar wijzen is het van groot belang dat een partij de regie neemt. Wij als provincie kunnen daar met de Regionale Energie Strategie aan bijdragen.

Geldt dat niet voor alle partijen, dat ze de regie niet kunnen nemen? Hebben we geen nationale autoriteit nodig die de coördinatie overneemt en de uitvoering van beslissingen ook kan afdwingen?

Allereerst moet je er met elkaar uit willen komen. De nood is nu heel hoog. Maar daarnaast is een vorm van centrale regie nodig. Ik denk dat die taak bij het Rijk moet liggen.

De kunst is om het zowel lokaal als nationaal goed te regelen.

U heeft al bij verschillende gelegenheden gezegd dat gas, waterstof, ons kan helpen om het opslagprobleem op te lossen. Er wordt veel over gepraat. Is het onderhand niet tijd voor een grootschalige aanpak?

We lopen hier precies tegen hetzelfde probleem aan als waar we het net over hadden. Het Rijk zegt: we moeten niet teveel windenergie op zee plaatsen, want er zijn niet genoeg bedrijven die het afnemen. De bedrijven zeggen op hun beurt dat ze niet kunnen beginnen, omdat er onvoldoende groene stroom is. Dit moet je doorbreken door beide – vraag en aanbod – planmatig aan te pakken. Alleen dan kunnen we de volgende stap zetten. Daar ligt zeker een rol voor overheden.

Is dit niet symptomatisch? Er gebeurt van alles in het bedrijfsleven, maar de overheid laat het niet zelden afweten.

Als overheid zijn we op veel gebieden, vooral innovatie, volgend en in die zin wat ouderwets. In de energietransitie zie je nu dat er grote stappen worden gezet: niet lineair maar met sprongen tegelijk. Dat is natuurlijk geweldig, maar vraagt wel om een andere aanpak. Creatiever.

Ik kom nog even terug op waterstof. Die is in beginsel grijs of groen. Hoe staat u tegenover de tussenvorm, blauwe waterstof: wel CO2-neutraal dankzij CCS maar gemaakt uit aardgas.

Wij gaan voor echte keuzes en stimuleren dus direct de overstap naar groene waterstof. We zien dat dit kan met veel wind op zee en elektrolysers in onze havens. We zijn wegens de gaswinning niet voor opslag van CO2 in onze ondergrond, maar we werken wel mee aan een pilot voor opslag in cavernes van groene waterstof. We kunnen ons geld immers maar één keer uitgeven. Daarom besteden we het liever aan groene waterstof.

Is het subsidie-instrument het enige wat de provincie heeft?

Nee, we hebben meer middelen. Ruimtelijke ordening, vergunningverlening en natuurlijk onze rol in de uitvoer van het Klimaatakkoord. Het gebruik van andere, niet fossiele grondstoffen als waterstof en biomassa wordt echt de toekomst. En natuurlijk het sluiten van de keten van die grondstoffen, oftewel elkaars restproducten en producten uit de omgeving gebruiken. Dat is waar we aan werken, denk aan ChemPort en de plannen van de Industrietafel Noord. 

Niets doen is geen optie.

Wind op zee kunnen we onderhand een succesverhaal noemen. Dat geldt niet voor wind op land. De weerstand is op sommige plaatsen enorm. Is het nog wel zinvol om daarmee door te gaan, gezien alle negatieve effecten? Heiligt het doel te middelen?

De manier waarop we dat eerder hebben gedaan – gewoon een gebied aanwijzen – is niet langer bruikbaar. Mensen willen meer eigenaarschap en meeprofiteren. Terecht. Er zijn ook heel veel mensen die hier serieus aan mee willen werken en lokale opwek als een kans zien voor een nieuw model om de opbrengsten eerlijk te verdelen. De publiciteit wordt helaas nu beheerst door groepen die heel radicaal tegen windmolens op land zijn, maar dat is een eenzijdig beeld. Burgers snappen dat de opgave enorm is en dat we echt wat moeten doen tegen klimaatverandering. Niets doen is daarom geen optie.

Overschatten we het draagvlak niet? De samenleving heeft nog wel meer zaken aan het hoofd dan klimaatverandering.

Ik denk dat we veel teveel praten op het niveau van visies, plannen. Dat is voor de meesten te abstract, te veel de ver-van-m’n-bed-show. Daarom vind ik ook dat we initiatieven en projecten zo snel mogelijk dicht bij de mensen in de straat moet brengen. En concrete vragen moeten stellen zoals: “We willen bij jullie in het dorp, de wijk of in de straat met duurzame energie beginnen. Wat vinden jullie daar de beste plek voor?” Dat is beter dan toekomstig duurzaamheidsbeleid aankondigen. Dan wachten mensen af. Houd het dus dichtbij. Dan kunnen ze meteen nadenken over de voordelen die verduurzaming brengt en ook nadenken over wat ze zelf willen doen.

De invloed van Nederland op klimaatverandering is verwaarloosbaar.  Hoe zorg je dat de voordelen van klimaatbeleid toch op korte termijn merkbaar zijn? Denk aan beleid om de luchtkwaliteit in binnensteden te verbeteren. De relatie tussen maatregelen en resultaten is hierbij voor iedereen duidelijk.

Ik vind ook dat resultaten zichtbaar moeten zijn. We willen meer groen, oké dat kan worden geregeld. Mensen die meer groen in hun omgeving willen, weten gewoonlijk heel goed waar. Iedereen wil ook wooncomfort. Dat is goed te combineren met verduurzamingsmaatregelen. Een groen dak bijvoorbeeld, houdt ’s winters warmte vast, en ‘s zomers koelte.

Het kost (veel) geld. Hebben we niet meer financiële instrumenten en investeerders nodig?

Geld is niet altijd het probleem. De markt is vaak vooral op zoek naar zekerheid op langere termijn. Die kun je bieden door duidelijk te zijn over waar je naar toe gaat, met een helder perspectief en door echte keuzes te maken. Dan komen de investeringen van de koplopers vanzelf. Laten we duidelijk maken dat we CO2-uitstoot 'not done' vinden en terug willen gaan naar nul: dan worden innovaties die daartoe leiden veel interessanter.

Terug naar het klimaatbeleid. Zijn de doelstellingen niet te absoluut? Als ze niet gehaald worden, raken degenen die hebben bijgedragen gefrustreerd, terwijl anderen zich in hun opvatting gesterkt voelen dat het toch allemaal onbegonnen werk is.

Je moet voorkomen dat er iedere keer weer een nieuw excuus opduikt om zaken uit te stellen. Er moet een duidelijke agenda liggen. Kijk naar de zonnepanelen. Die zijn al een jaar of dertig voor particulieren op de markt, maar de verkoop begon pas echt goed te lopen toen de kostprijs omlaag ging en het rendement omhoog. Dat kon alleen maar, omdat er een verduurzamingagenda was, waardoor producenten een langetermijnperspectief werd geboden. Pas dan willen ze investeren in onderzoek en ontwikkeling. Kortom, je hebt regelgeving nodig die zaken afdwingt en normen stelt. Anders krijg je een kip-ei-situatie. Tien jaar geleden waren er al zonnepanelen met een rendement van tegen de 30 procent maar ze werden niet verkocht, omdat de vorige goedkopere generatie nog te koop was. Dat zou je kunnen doorbreken door een minimum rendementseis voor te schrijven. Helder beleid met duidelijke doelen formuleren, dat is de belangrijkste rol van de overheid.

Mensen houden niet van verandering. Is onze democratie wel geschikt voor de enorme omslag die ons te wachten staat? De rekening wordt snel gepresenteerd, bij de volgende verkiezingen.

Ik heb op dat punt vertrouwen in het zelfcorrigerende vermogen van de democratie.  Polarisatie werkt verlammend. Kijk naar de huidige situatie in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Links of rechts en niets ertussen, dat functioneert dus niet. Wat dat betreft mogen we trots zijn op Nederland. Hier praten we tenminste met elkaar.

U gelooft in het polderen.

Zeker, maar er zit helaas ook een andere kant aan waar ik niet zo trots op ben: de afrekencultuur. Als je in Nederland iets probeert en het mislukt, belandt je direct op een zijspoor. Het gepolder bevordert voorzichtigheid en ondermijnt zo de bereidheid om risico’s te nemen. In het bedrijfsleven wordt geaccepteerd dat innovatie trial and error is. Als we als Nederland voorop willen lopen, moeten we daarom meer durven experimenteren. Het is altijd gemakkelijker om uit te leggen waarom iets niet kan, dan iets te bedenken wat mogelijk wel werkt. Van dat laatste krijg je veel meer energie.

Zijn er taboes voor de energietransitie, zaken die we volgens u niet moeten willen?

Kernenergie is geen optie. Daarin sta ik niet alleen. Ons college wil onder geen voorwaarde een kerncentrale. Maar verder zijn we behoorlijk pragmatisch. We accepteren bijvoorbeeld dat CCS nodig is.

En wind op zee in plaats van wind op land?

Nee, we hebben beide nodig.