Hoe kon de productie uit Groningen zo snel dalen?

Hoe kon de productie uit Groningen zo snel dalen?

Velen vragen zich af hoe het mogelijk is dat de productie uit het Groningenveld de afgelopen vier jaar telkens verder kon dalen, zonder dat de leveringszekerheid in gevaar kwam. We kunnen dat uitleggen aan de hand van voor het publiek toegankelijke data.

Na de eerste zware aardbeving in Huizinge (2012) werd al snel duidelijk dat de hoeveelheid te winnen gas om veiligheidsredenen drastisch moest worden beperkt. Tegelijkertijd mochten de vele miljoenen huishoudens in binnen- en buitenland die van het laagcalorische Groningengas afhankelijk waren, letterlijk en figuurlijk niet in de kou worden gezet. Deze twee voorwaarden, veiligheid en leveringszekerheid, staan op gespannen voet met elkaar. Het is te begrijpen dat voor degenen die te lijden hebben van aardbevingen, het volume niet laag genoeg kan zijn. Maar wie niet in de kou wil zitten, rekent er uiteraard op dat het hoog genoeg is om de cv aan de praat te houden.

Een complicerende factor is dat het volume aardgas dat nodig is om de leveringszekerheid te waarborgen, pas achteraf bekend is. Vooraf moet je het doen met modellen, een gemiddelde temperatuurverwachting voor het komende jaar op basis van historische gegevens, en aannames over opslag- en transportcapaciteit en de beschikbare hoeveelheid stikstof waarmee gas uit alternatieve bronnen kan worden geconverteerd in ‘pseudo’-Groningengas. Al die gegevens zijn per definitie voorlopig, want toekomstig.

Het minimaal voor de leveringszekerheid benodigde volume werd en wordt berekend door de beheerder van het landelijk net Gasunie Transport Services (GTS). In onderstaande grafiek is te zien hoe de hierop gebaseerde productieplafonds sinds 2015 jaar na jaar een forse daling lieten zien. De geraamde reductie is terug te voeren op wijziging van een aantal aannames, die onder de x-as van de grafiek zijn geplaatst.

Van koud naar gemiddeld jaar

Dit houdt in dat het in het daaropvolgende jaar voor leveringszekerheid benodigde volume is gebaseerd op een jaar met gemiddelde temperaturen, in plaats van één waar een Elfstedentocht zou kunnen plaatsvinden; dat besluit bevatte daarom ruimte om meer te produceren dan het plafond als het onverhoopt toch kouder zou worden.

Lagere H-gas Wobbe

De Wobbe-index is een indicator voor gaskwaliteit. Een lagere H-gaskwaliteit betekent dat meer gas van Groningenkwaliteit kan worden gemaakt met dezelfde hoeveelheid stikstof. Deze waarde is tussen 2015 en nu tweemaal naar beneden bijgesteld. Dat gebeurde omdat uit metingen bleek dat de H-gaskwaliteit in werkelijkheid lager was dan geraamd.

Lagere vraag

Dit is de verwachte marktomvang in het volgende jaar. Die bleek kleiner dan daarvóór was aangenomen, vandaar de daling.

Additionele stikstofcapaciteit

Dat is de extra hoeveelheid stikstof die GTS kan inkopen om H-gas om te zetten in gas van Groningenkwaliteit (‘pseudo Groningengas’).

Noten:

1)  De gegevens en cijfers waarop deze grafiek is gebaseerd zijn publiek toegankelijk. GasTerra is verantwoordelijk voor de onder de x-as geplaatste verklaring van de in de balken weergegeven gasvolumes.

2)  ‘Norg’ verwijst naar de gasopslag in Norg.