Achtergronden bij de toekomstige voorzieningszekerheid van gas in Nederland

05-12-2018

Hoe houden we de voorzieningszekerheid op peil als de productie uit Groningen naar nul gaat?

Naar aanleiding van het kabinetsbesluit om de productie uit het Groningenveld zo spoedig mogelijk naar nul te brengen, heeft GasTerra een eerste analyse gedaan van de toekomstige voorzieningszekerheid van aardgas in Nederland en het overige marktgebied voor dit specifieke gas (laagcalorisch gas of L-gas) in delen van Duitsland, Frankrijk en België. Hieruit blijkt dat ons land vanaf het midden van het volgende decennium de resterende binnenlandse productie nodig heeft voor het voldoen aan de bestaande exportverplichtingen en dat het volledig importafhankelijk wordt voor zijn eigen aardgasvoorziening.

Snellere daling Nederlandse gasproductie

Anders gezegd: hoewel actief beleid gevoerd wordt om de vraag naar aardgas te verminderen, zal de Nederlandse gasproductie dusdanig snel dalen dat een gat ontstaat tussen de gasproductie en de binnenlandse vraag.

De behoefte aan importgas in Nederland zal zodoende fors toenemen. Dit gas is hoogcalorisch (H-) gas. De betreffende volumes kunnen worden ingezet voor Nederlandse gebruikers van H-gas en voor de conversie in Nederland naar L-gas, dat bestemd is voor het hele marktgebied voor L-gas zolang daar nog vraag naar is. Een belangrijk gegeven is dat alle L-gashoeveelheden fysiek door Nederland geleverd moeten worden; het voor de omzetting naar L-gas benodigde H-gas moet daadwerkelijk door Nederland stromen en dus geïmporteerd worden. De hiervoor benodigde stikstofinstallaties en L-gasbergingen bevinden zich immers in Nederland.

Het vraagstuk over voorzieningszekerheid is al met al belangrijk voor Nederland. Het borgen van de voorzieningszekerheid zorgt er niet alleen voor dat huishoudens, industrieën en centrales altijd een beroep kunnen doen op aardgas, het draagt ook bij aan een stabiele gasmarkt met een lagere prijsvolatiliteit en een gunstig investeringsklimaat.

Weloverwogen keuzes

GasTerra is van mening dat er weloverwogen keuzes moeten worden gemaakt met betrekking tot de importafhankelijkheid. Hoewel de rol van aardgas in ons energieverbruik naar verwachting in de toekomst zal afnemen, is het met een aandeel van nu zo’n 40% in het nationaal energieverbruik nog uitermate belangrijk. In dit kader heeft GasTerra onderzoeksbureau IHS Markit afgelopen zomer opdracht gegeven om een vergelijkend onderzoek uit te voeren naar de manier waarop de ons omringende landen voorzieningszekerheid zoeken. Deze zekerheid is gedefinieerd als dekkingsgraad van de verwachte gasvraag door binnenlandse productie en op lange termijn gecontracteerde importvolumes. IHS concludeert dat Nederland daarbij met een volledig vertrouwen op de kortetermijnhandelsmarkt een andere oplossing lijkt te kiezen dan de ons omringende landen, die al langer gewend zijn aan importafhankelijkheid. Het rapport en zijn conclusies zijn hier te vinden.

GasTerra ziet dat momenteel een voorzichtige discussie ontstaat over de toekomstige voorzieningszekerheid van gas in Nederland. GasTerra vindt dat belangrijk, omdat het in zijn geschiedenis een belangrijke bijdrage geleverd heeft aan de leveringszekerheid in Nederland en in een groot deel van Europa.

Ruggengraat van het gassysteem

De afgelopen decennia was het gasveld in Groningen de ruggengraat van het gassysteem en kon het altijd bijspringen met additionele capaciteit wanneer tekorten in het systeem dreigden te ontstaan, zowel voor korte- als langetermijnfluctuaties naar gelang van beschikbaarheid van andere bronnen. Zodra Nederland niet langer de zekerheid van de productie uit Groningen heeft, ontstaat de vraag wie of wat ons in de toekomst op cruciale momenten voldoende aanbod kan bieden.

Dit is geen acuut probleem. De leveringszekerheid is vooralsnog goed geregeld in Nederland. De gasrotonde en de gashandelsmarkt TTF spelen hierin de hoofdrol. Zij hebben voor de hardware en software gezorgd waardoor de reductie van volumes uit Groningen goed kon en kan worden opgevangen. TTF is uitgegroeid tot de meest liquide gashandelsplaats in Europa. GasTerra is van mening dat TTF ook in de toekomst de belangrijkste pijler van een goed werkende markt zal moeten blijven. Maar GasTerra plaatst kanttekeningen bij het volledig vertrouwen op de kortetermijnhandelsmarkt zonder aanvullende voorzieningszekerheidsmaatregelen en nieuw beleid.

Een gedeeltelijke verzekering voor levering kan ook wenselijk zijn in het licht van ontwikkelingen die zich buiten Nederland lijken te voltrekken. Gerenommeerde instanties voorzien dat na 2020 krapte op de wereldhandelsmarkt zal ontstaan. De meeste ons omringende landen zijn voor hun gasvoorziening nu al in hoge mate afhankelijk van importen. Deze landen hebben hun voorzieningsbehoefte verzekerd door het aangaan van langetermijn-importcontracten met grote producenten.

Nederlandse reputatie hoog te houden

De liberalisering van de gasmarkt heeft de aard van langetermijncontracten veranderd. In het verleden werden deze afgesloten om grote investeringen in productie en infrastructuur te kunnen bekostigen en afzetzekerheid voor de producent te garanderen. De prijzen in deze contracten waren in de regel gebaseerd op die van alternatieve brandstoffen, terwijl doorgaans werd geleverd op een vast (grens-)punt. In de geliberaliseerde markt zijn langetermijncontracten korter van duur; volumes worden geleverd op de handelsplaats en geïndexeerd tegen de daar geldende gasprijs. Hierdoor zijn ze een efficiënt middel om de behoefte aan leveringszekerheid en afzetzekerheid op elkaar af te stemmen. Daarmee passen zij ook goed in de huidige markt en bieden zekerheid om ook na 2020 op de gasrotonde te kunnen blijven vertrouwen.

Nederland heeft een reputatie als betrouwbare gasleverancier in binnen- en buitenland. Nu Nederland niet meer kan terugvallen op Groningen, rijst de vraag hoe de betrouwbaarheid vormgeven moet worden. GasTerra wil deze discussie voeren om de voorzieningszekerheid in Nederland op het vertrouwde niveau te houden terwijl de productie uit Groningen naar nul gaat. Ons land heeft op dit vlak een reputatie hoog te houden.