Energie

Energie

We zijn gevestigd in een kantoorpand in de binnenstad van Groningen. Het gebouw, dat uit de jaren tachtig dateert, werd in 2012 volledig gerenoveerd en gemoderniseerd. Op 4 april 2013 werd het pand officieel geopend door (toen nog) prins Willem-Alexander.

Energiemeetsysteem

In het kantoorpand is een geavanceerd meetsysteem geïnstalleerd dat de energiestromen en het energieverbruik continu registreert. Met dit systeem kan een goed inzicht in de energiehuishouding van het gebouw worden verkregen. Het geeft ook aan welke apparaten of bronnen het hoogste energieverbruik geven. Op basis van deze informatie kan efficiënter met het energiegebruik worden omgegaan en dus energie worden bespaard. Op de nieuwe GasTerra-locatie hebben we bovendien minder kantooroppervlak dan op de oude vestiging. Het compacte gebouwformaat draagt zo ook bij aan een verdere verlaging van de energielasten.

Isolatie

Besloten is om de bestaande spouwmuurisolatie intact te laten en de isolatiewaarde van de gevels te verhogen door de kozijnen en de beglazing van het kantoorpand te vervangen door nieuw glas met een aanzienlijk hogere warmteweerstand. 

Zonnepanelen

Op één dakvlak van ons pand zijn zonnepanelen met een totale oppervlakte van 150 m2 geplaatst. Een zonnepaneel zet zonne-energie direct om in elektriciteit. Een oppervlakte van 150 m2 levert circa 15.000 kWh per jaar op. Het jaarlijkse elektriciteitsverbruik bedraagt circa 300.000 kWh. Met de zonnepanelen kan dus zo'n 5% van de elektriciteitsbehoefte worden gedekt. De panelen zijn aangebracht om de labelscore A+ te kunnen halen. 

Beglazing

Bijna alle ramen van het gebouw zijn voorzien van driedubbel glas ('triple pane’). Hierdoor is de totaal gemiddelde warmteweerstand van de geveldelen fors toegenomen zonder dat aanvullende isolatiemaatregelen nodig waren. 

Zonwering

Er is gekozen voor binnenzonwering in combinatie met beglazing met een lage zontoetredingsfactor (ZTA-waarde). De kleine hoeveelheid extra warmte die binnenzonwering ten opzichte van zonwering aan de buitengevel geeft, kan heel goed via het energiesysteem van het gebouw worden 'weggekoeld' of worden opgeslagen in de bodembron.

Warmte Koude Opslag

Er wordt gebruik gemaakt van Warmte Koude Opslag (WKO). Het is een goede methode om de energiehuishouding van gebouwen te verduurzamen. Bij WKO wordt energie in de vorm van warmte koude opgeslagen in waterhoudende lagen uit de ondergrond (aquifers). In de zomer wordt het koele grondwater gebruikt om gebouwen te koelen en wordt het in het gebouw opgewarmde water in de bodem opgeslagen, totdat het in de winter kan worden gebruikt om een of meerdere gebouwen te verwarmen. Voor de gebouwverwarming wordt een warmtepomp op de bron aangesloten. Met deze techniek zijn energiebesparingen van 95% op koeling en 40-50% op verwarming mogelijk.

Brandstofcel

Sinds juni 2013 maakt een kleine brandstofcel deel uit van het ketelhuis van ons kantoor. Deze brandstofcel, die aardgas als brandstof gebruikt, levert met een hoog rendement (circa 90%) elektriciteit en warmte. De elektriciteit, jaarlijks ruim 13.000 kWh, wordt in het gebouw benut. De warmte, jaarlijks zo'n 4500 kWh, gaat naar de bodembron van het WKO-systeem om zo de warmte die aan de bron wordt onttrokken aan te vullen.

Warmtepompen

Het WKO-systeem bij GasTerra is gekoppeld aan twee gasabsorptiewarmtepompen. Een warmtepomp kan de alom aanwezige natuurlijke warmte uit bodem, lucht of water naar een hoger, bruikbaar warmteniveau (geschikt voor ruimteverwarming en warm tapwater) brengen. Het systeem levert een forse energiebesparing op doordat er minder energie nodig is om de gewenste procestemperatuur te verkrijgen. Aan de warmtepompen zijn twee HR-ketels toegevoegd voor het leveren van piekvermogen voor verwarming tijdens zeer koude dagen.

Warmteterugwinningsysteem

Het gebouw heeft een luchtbehandelingssysteem dat is aangesloten op de WKO-installatie met warmtepompen. Een warmteterugwinningsysteem maakt deel uit van dit luchtbehandelingssysteem. Een WTW-installatie haalt de nog aanwezige warmte uit de afvoerlucht om daarmee de toegevoerde ventilatielucht voor te verwarmen.