G-gas en H-gas

Het gas uit het Groningenveld bevat relatief veel stikstof in vergelijking met gas uit andere velden. Hierdoor heeft het Groningen-gas (G-gas) een lagere verbrandingswaarde.

Toen het Groningenveld werd gevonden, werden alle gastoestellen in Nederland op deze gaskwaliteit afgestemd. Later werden kleinere aardgasvelden ontdekt, die gas met een hogere verbrandingswaarde bleken te bevatten: het zogenaamde hoogcalorisch gas (H-gas). Om ook dit gas geschikt te maken voor de op G-gas afgestemde toestellen, wordt in speciaal hiervoor gebouwde installaties stikstof bijgemengd.

De productie uit het Groningenveld zal over een aantal jaren langzaam teruglopen, terwijl het aanbod van H-gas juist zal toenemen. Dat roept de vraag op of steeds meer stikstof moet worden bijgemengd of dat het verstandiger is om de gastoestellen aan te passen aan gas met een hogere calorische waarde. Het ministerie van Economische Zaken, Gas Transport Services (GTS), de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) en GasTerra gaven het Energy Delta Gas Research consortium (EDGaR) in opdracht te onderzoeken hoe dit vraagstuk het beste kan worden aangepakt. Uit het onderzoek bleek dat het niet nodig is om de gastoestellen in Nederland vóór 2030 voor H-gas geschikt te maken. Wel is het verstandig om zo snel mogelijk nieuwe gasapparaten op de markt te brengen die ook geschikt zijn voor H-gas. Daarnaast concludeerde EDGaR dat het verstandig is aan de ons omringende landen te vragen om vanaf 2020 te starten met het vervangen van G-gas door H-gas. Voordeel is dat in deze landen de apparatuur grotendeels al geschikt is voor H-gas en er op kleine schaal al ervaring is opgedaan met de ombouw naar H-gas.