Koleninvasie: hoe kan Europa het tij keren?

24-09-2014

Europa heeft ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen voor 2020 en 2050 geformuleerd. Verschillende Europese landen gingen voortvarend te werk met als gevolg een snelle toename van duurzame energie en een verlaging van de uitstoot van broeikasgassen. Desondanks is dit nog geen reden voor een feestje. De CO2-uitstoot van kolencentrales is de afgelopen jaren alleen maar toegenomen, sinds 2010 met maar liefst zes procent. Zij hebben nu een aandeel van 18 procent in de totale CO2-uitstoot. Energiebedrijven kiezen, onder invloed van de relatief hoge gasprijs ten opzichte van kolen, ervoor om elektriciteit op te wekken met goedkope kolenstook en gasgestookte centrales af te schakelen of zelfs uit te zetten. De bouw van centrales gaan ondertussen gestaag door. RWE en Vattenfall investeerden in 2012 in nieuwe centrales, waardoor bijna drie gigawatt aan capaciteit is bijgekomen. Conclusie? Het Europese beleid om CO2-emissies terug te dringen faalt ten aanzien van kolen.

Kolencentrales draaien op volle toeren

Duitsland nam het voortouw en committeerde zich in 2010 aan afspraken om de broeikasgassen in 2020 met 40 procent te verlagen ten opzichte van 1990. Het gewenste aandeel duurzame energie in de elektriciteitssector werd omhoog geschroefd naar 35 procent, terwijl het energiegebruik met 20 procent moest worden teruggedrongen ten opzichte van 2008. Op dit moment is Duitsland hard op weg deze doelen te bereiken. Zo is elektriciteit opgewekt door duurzame bronnen van zeven  procent in 1990 naar 25 procent in 2013 gestegen. De opmars van duurzame bronnen zet al met al door en daarmee wordt Duitsland minder afhankelijk van fossiele bronnen. Desondanks loopt juist Duitsland in Europa voorop in het gebruik van kolen voor elektriciteitsproductie. Negen van de 30 meest vervuilende Europese kolencentrales staan in Duitsland en in 2013 piekte de kolengestookte elektriciteitsproductie voor huishoudens met 162 TWh. Na Duitsland komen Engeland en Polen als grootste kolengebruikers in Europa.

Ontoereikend Europees beleid

Het huidige Europese beleid op het gebied van klimaat, energie en luchtvervuiling zorgt onvoldoende voor een switch van kolen naar andere (duurzame) energiebronnen en energiebesparing. Om de duurzaamheidsdoelstellingen te halen, moet het aandeel kolengestookte centrales in de elektriciteitsproductie naar beneden. De eerste stap zou het uitfaseren van de 30 meest vervuilende Europese kolencentrales kunnen zijn. Duurzame bronnen en aardgas als back-up kunnen de rol van kolen overnemen in de elektriciteitsproductie. Hiervoor is een herstructurering van het ‘Emission Trading System’ (ETS) nodig waarbij bedrijven betalen voor de CO2-uitstoot van hun bedrijfsprocessen. Door de crisis en het in de aanloopfase gratis uitdelen van CO2-rechten is er een overschot aan rechten op de markt met een lagere CO2-prijs tot gevolg. Hierdoor is de werking van het ETS verstoord. Als reactie hierop heeft de Europese Commissie een aantal hervormingen voorgesteld, zoals ‘backloading’ en marktstabiliteitsreserve. Dit is echter onvoldoende om het systeem weer op de rails te krijgen. Om het gewenste effect te krijgen, moet vóór 2021 minimaal 2,2 miljard aan emissierechten uit de markt worden gehaald.

Een andere optie is de invoering van een Emissie Prestatie Norm (EPS) voor CO2-emissies voor bestaande en nieuwe kolencentrales in de elektriciteitssector. Daarnaast zou Europa investeringen in verouderde kolencentrales moeten ontmoedigen en moet ieder EU-lid een duidelijk beleid voeren dat aansluit bij het Europese klimaatbeleid. Als Europa geen maatregelen treft, dan zijn alle positieve ontwikkelingen, de Duitse Energiewende voorop, niet voldoende om de vooraf opgestelde doelstelling van 40 procent minder CO2-uitstoot in 2020 te bereiken.
 

Meld u aan voor de nieuwsbrief