Energiebedrijf ENGIE geeft vertekend beeld van gaswinning in Groningen

05-09-2016

Het Franse energiebedrijf ENGIE wil minder gas van GasTerra afnemen en claimt dat GasTerra hieraan niet mee wil werken. Het bedrijf stelt dat een lager contractvolume tot een lager benodigd productieplafond leidt. Deze redenering klopt niet.

De totale behoefte aan Groningengas in de Noordwest-Europese markt wordt bepaald door het feitelijk verbruik van gas, niet door gecontracteerde volumes. Gastransportonderneming Gasunie Transport Services (GTS) heeft berekend dat om de leveringszekerheid te garanderen in een gemiddeld jaar 24 miljard kubieke meter gas moet worden gewonnen. Wat GasTerra verhandelt, verandert niets aan dit cijfer. Door anders te suggereren geeft ENGIE een vertekend beeld van de manier waarop de behoefte aan het laagcalorische Groningengas wordt bepaald.

GasTerra meent dat ENGIE misbruik maakt van de aardbevingsproblematiek in Groningen om er financieel beter van te worden. Deze gang van zaken heeft veel vragen opgeroepen, in het bijzonder in Groningen. We beantwoorden de belangrijkste hieronder.

Waarom brengt ENGIE dit naar buiten en waarom nu?

GasTerra en ENGIE onderhandelen al geruime tijd over aanpassing van het langetermijncontract voor de levering van aardgas aan het Franse energiebedrijf. Bij het sluiten van het contract in 2009 heeft ENGIE op eigen verzoek meer gas gecontracteerd dan het nu zegt nodig te hebben, tegen een prijs die het momenteel te hoog vindt. Over aanpassing van het contract valt met GasTerra best te praten, maar in de reguliere heronderhandelingen zijn GasTerra en ENGIE het niet eens geworden over de voorwaarden. Momenteel probeert het bedrijf alsnog zijn zin te krijgen door gebruik te maken van de maatschappelijke discussie over de winning van gas uit Groningen.

Waarom leidt een lager contractvolume niet tot een lagere behoefte aan Groningengas en dus tot een lager productieplafond?

De behoefte aan het laagcalorische Groningengas (L-gas) wordt uiteindelijk alleen bepaald door de afname van eindgebruikers zoals huishoudens in binnen- en buitenland, niet door afspraken tussen marktpartijen. De eindgebruikers bepalen de totale vraag naar dit product en daarmee de benodigde productie uit Groningen. Commerciële contracten tussen marktpartijen, zoals het exportcontract tussen GasTerra en ENGIE, zijn voor de vraag van L-gas dus niet relevant. 

De minister van Economische Zaken bepaalt hoeveel L-gas uit Groningen mag worden geproduceerd. Hij baseert zich daarbij op de veiligheidseisen en de leveringszekerheid, die bepaald wordt door de fysieke vraag van L-gasgebruikers. Het recente ontwerpbesluit is daarop geen uitzondering. De huidige fysieke behoefte van L-gasgebruikers is berekend door GTS op basis van een uitgebreide studie. Uit deze studie volgt een benodigd productievolume van 24 miljard kubieke meter in een gemiddeld jaar om in de behoefte te voorzien. Alleen de netbeheerders in binnen- en buitenland, zoals GTS, beschikken over het totale overzicht van de vraag naar L-gas. De marktpartijen, zoals GasTerra en ENGIE, hebben alleen zicht op hun eigen verkopen.

De benodigde hoeveelheid Groningengas wordt bepaald door de afname van eindgebruikers, niet door afspraken tussen marktpartijen

Hoe werkt dit in de praktijk?

Partijen contracteren gas, bijvoorbeeld bij GasTerra, en leveren dit dan vervolgens door aan hun klanten, groothandelaren of consumenten. Als een contractpartij teveel of te weinig heeft gecontracteerd, dan kan deze partij het verschil op de beurs verkopen of inkopen. Overschotten worden gekocht door afnemers die dit gas kunnen doorverkopen of direct kunnen leveren aan eindverbruikers. Op die manier wordt nooit meer gas dan nodig uit Groningen geproduceerd.

Er wordt in Groningen niet meer gas gewonnen dan nodig is

ENGIE beweert dat het genoodzaakt is om het overtollige gas om te zetten naar hoogcalorisch gas. Klopt dat?

Beslist niet. Zoals gezegd: als een contractpartij teveel of te weinig heeft gecontracteerd, dan kan deze partij het overschot op de beurs verkopen of in geval van een tekort inkopen. Dat geldt ook voor ENGIE. Dit is de gangbare praktijk voor alle partijen in de gasmarkt.

Wordt er niettemin momenteel laagcalorisch gas omgezet in hoogcalorisch gas?

Het zijn de netbeheerders (en niet de marktpartijen zoals GasTerra en ENGIE) die verantwoordelijk zijn voor het eventuele omzetten van L-gas naar H-gas en zij rapporteren ook hierover. Uit de rapporten van de gastransporteurs zoals de Franse netbeheerder GRTgaz blijkt dat de omzetting van L-gas naar hoogcalorisch gas in verwaarloosbare hoeveelheden gebeurt en alleen om het gasnetwerk in balans te houden.

Volgens ENGIE moet het L-gas omgezet worden naar hoogcalorisch gas, omdat het op een verkeerde plek wordt geleverd.

Ook deze bewering van ENGIE is onjuist. Het gas wordt afgeleverd op een plek waarvan het gas eenvoudig naar de Nederlandse gasbeurs kan worden gebracht en dit wordt door marktpartijen ook veelvuldig gedaan, zoals blijkt uit gegevens van GTS. Dus kan ENGIE eventueel overtollig gas gemakkelijk verkopen op de vrije markt, waar het dan weer wordt opgekocht door partijen die dit gas nodig hebben voor zichzelf of voor hun afnemers. Op die manier zit er precies voldoende gas in het systeem, niet teveel en niet te weinig. Alle marktpartijen die actief zijn op de gasbeurs, gaan zo te werk.

ENGIE kan het gas altijd verkopen op de Nederlandse gasbeurs

Meld u aan voor de nieuwsbrief

Aanmelden

Meld je aan voor onze nieuwsbrief: