Één (wereld-)markt voor LNG?

31-05-2016

De wereld-LNG-markt maakt grote veranderingen door. De komst van het Amerikaanse LNG heeft voor een revolutie in de LNG-markt gezorgd.

De wereld-LNG-markt breidt zich in rap tempo uit en maakt daarbij grote veranderingen door. De opkomst van twee grote producenten, Australië en de Verenigde Staten, de toenemende rol van korte (spothandel) en middellangetermijncontracten, alsmede de introductie van spot (Henry Hub, maar ook TTF) geïndexeerde LNG-contracten spelen daarbij een belangrijke rol. Toeval of niet, het is eigenlijk nog te vroeg om hier iets over te zeggen; de prijzen in Europa en Azië zijn al een flink stuk opgeschoven richting de kostprijs van Amerikaans LNG in Azië of Europa.

Het is al vaker geschreven; de komst van het Amerikaanse LNG heeft voor een revolutie in de LNG-markt gezorgd. Niet alleen geldt voor dit LNG dat de standaardolieprijsbasis is vervangen door een spot-geïndexeerde basis (namelijk Henry Hub), tevens kan dit volume flexibel worden ingezet. Partijen kopen namelijk capaciteit in de LNG-terminals in plaats van volume. LNG wordt in principe alleen verscheept als de prijs hoog genoeg is om de marginale kosten te dekken en dit principe kan ook worden toegepast binnen lopende contracten. In de huidige periode van overaanbod (zie ook: Een vloedgolf aan LNG?!?) kan LNG dus een balancerende rol tussen de markten vervullen. Eenmaal in de boot staat het de verkoper,  afhankelijk van de verplichtingen in diens portfolio, vrij om de lading aan te bieden op de plek waar de prijs het hoogste is.

Het overschot, dat nu zo’n mooie faciliterende rol lijkt te kunnen gaan spelen in de koppeling van de markten, is ontstaan doordat partijen tegelijkertijd productiecapaciteit zijn gaan bouwen. Je vraagt je af waarom dat gedaan is. Hier kunnen we een aantal oorzaken voor aanwijzen. Enerzijds hebben partijen als het Internationaal Energie Agentschap (IEA), maar ook de internationale olie- en gasbedrijven (IOC’s), jarenlang zeer optimistische consumptieverwachtingen voor aardgas gecommuniceerd. Problemen werden niet verwacht en de marktpartijen meenden dat zij dit gas zonder problemen af zouden kunnen zetten. Daarnaast heeft de (momenteel grootste) exporteur Qatar ruimte gelaten voor andere spelers  door niet in te gaan op de wens van kopers uit Azië om additionele langetermijncontracten af te sluiten, maar daarentegen te kiezen voor een strategie om meer LNG op de spotmarkt te verhandelen. Juist deze contracten vormden de basis voor de nieuwe  Australische LNG-terminals.

De bouw van terminals in de Verenigde Staten had daarnaast nog een eigen dynamiek. De mogelijkheid om voor een relatief lage prijs deelcapaciteit in een terminal in de VS te kopen, heeft ervoor gezorgd dat liquefactiecapaciteit van LNG toegankelijk werd voor meerdere partijen. Deze capaciteit werd in sommige gevallen niet alleen gebruikt om de inkoop van gas te diversifiëren, maar ook om de onderhandelingspositie in langetermijnimportcontracten te versterken. De min of meer gelijktijdige oplevering van projecten in Australië en de Verenigde Staten lijkt nu dus een aanbodoverschot te creëren.

Voor sommige partijen die geld hebben geïnvesteerd in de nieuwe Australische LNG-projecten breken er zware tijden aan. Ondanks dat zij een groot deel van het gas reeds onder langetermijn- (olie-geïndexeerde) contracten hebben verkocht, is de opbrengst met de huidige prijzen niet voldoende om de kosten te dekken. Voor partijen die daar bovenop nog hebben gekozen voor een strategie om een relatief groot deel niet onder langetermijncontracten te verkopen maar op de spotmarkten (tot zo’n 30% in het geval van Chevron in Australië), wordt het helemaal een moeilijk verhaal om de projecten in de zwarte cijfers te krijgen. De Wall Street Journal voorspelt in een recent artikel[1] dat de gezamenlijke netto schuld van de vijf grootste IOC’s eind dit jaar naar verwachting bijna verdubbeld zal zijn ten opzichte van 2014 en boven de $200 miljard uit zal komen. Dit heeft natuurlijk in de eerste plaats te maken met de daling van de olieprijs, maar de ontwikkelingen in de aardgas- en LNG-markt dragen zeker hun steentje bij. Zeker nu aardgas voor deze bedrijven een steeds grotere deel van hun activiteiten opeist.

Het lijkt er dus op dat de weg naar één wereldmarkt voor een aantal van de genoemde partijen een hobbelig zal zijn. Deze spelers (maar eigenlijk alle) zullen nieuwe strategieën moeten ontwikkelen om het hoofd boven water te houden. Het valt daarbij niet uit te sluiten dat er tevens een nieuwe consolidatieronde zal plaatsvinden in de olie- en gassector, waarvan de overname van BG door Shell het afgelopen jaar wel eens de aftrap zou kunnen zijn geweest.

Geert Greving
Hoofd Public Affairs

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


[1] Big Oil Deals: Don’t Hold Your Breath, Wall Street Journal, 22 mei 2016

 

Meld u aan voor de nieuwsbrief