Interview met Gertjan Lankhorst, CEO GasTerra, in Shell Venster, editie maart/april 2009

De Gasunie-oude-stijl hield in 2005 op te bestaan waarna twee nieuwe bedrijven ontstonden:‘Gasunie-nieuwe-stijl’, honderd procent staatsbezit, eigenaar en beheerder van de hoofdinfrastructuur voor gastransport, en GasTerra, een handelsfirma in gas, en in die rol een van de klanten van Gasunie. De eigenaren van GasTerra zijn de staat (direct en indirect 50%) en Shell en ExxonMobil, elk 25%. Deze bezitsverhouding is dezelfde als die van destijds Gasunie-oude-stijl. Hiervoor is gekozen om de essentie van het Nederlandse ’Gasgebouw’ te beschermen, namelijk het optimaliseren van de economische bijdrage van aardgas aan de Nederlandse economie. Onderdeel hiervan is het ‘kleine-veldenbeleid’ dat GasTerra oplegt een marktconform bod te doen op het gas dat uit de kleine velden wordt aangeboden; overigens mogen de aanbieders beslissen of ze al of niet ingaan op het prijsbod. Ook heeft de overheid, voor de jaren 2006 - 2015, een maximum gesteld aan de productie uit het Groningenveld. Deze maximalisatie van de productie uit kleine velden moet Groningen zoveel mogelijk sparen als strategische reserve. GasTerra bevordert ook een veilige en doelmatige inzet van aardgas en wil het gebruik ervan als ‘transitiebrandstof’ op weg naar een duurzame energievoorziening stimuleren. Het bedrijf zet in de internationale concurrentie hoog in als het gaat om de betrouwbaarheid van de voorziening. Consumenten doen geen zaken met GasTerra, wel hun leveranciers, als Nuon, Eneco, Essent en soortgelijke. Ook industriële afnemers, waaronder elektriciteitscentrales, kopen bij het in Groningen gevestigde bedrijf. GasTerra is tevens houdster van de grote exportcontracten van Nederland met onder andere België, Duitsland, Frankrijk, Italië en Groot-Brittannië. GasTerra heeft een laag publiek profiel, maar is qua omzet een van de grootste bedrijven van Nederland. In 2008 werd ruim 84 miljard kubieke meter gas verkocht, waarmee een omzet werd gerealiseerd van bijna 24 miljard euro.
CEO van GasTerra is Gertjan Lankhorst (51), voor zijn benoeming in deze functie respectievelijk directeur Marktwerking en directeur-generaal Energie op het Ministerie van Economische Zaken. Een vraaggesprek met hem.
In januari was er een koudeperiode en gelijktijdig het wegvallen van ongeveer 80 procent van het Russische gas richting Europa. In Nederland hoefde iedereen zijn hoofd echter alleen maar bij het schaatsen te houden.
“Prachtig toch dat we hier in zo’n situatie zitten, maar ik heb ook wel eens het idee dat we de gasvoorziening hier te makkelijk als een vanzelfsprekendheid beschouwen. In feite is het een heel ingewikkeld internationaal systeem dat, zoals bleek met de ruzie tussen Rusland en Oekraïne, makkelijk verstoord kan worden.”
Hebben GasTerra en Gasunie een rol gespeeld in de crisisbeheersing?
“Een kleine rol, door het transporteren van wat meer gas richting Duitsland;dat land zorgde samen met Oostenrijk voor een grotere gaslevering aan enkele Oost-Europese landen. Maar het was beperkt want zoveel transportcapaciteit was er niet beschikbaar op het moment dat het ook hier koud was. Een kwart van het Europese gas komt in de wintertijd uit Rusland, als dat wegvalt, kun je dat niet zomaar opvangen uit andere bronnen.”
Hoeveel vrijheid heeft de CEO van GasTerra? Hij leidt een bedrijf met drie grote aandeelhouders, Staat, Shell en Exxon, die niet altijd overeenkomende belangen hebben.
“Er gaat veel geld om in GasTerra en het bedrijf heeft voor alle drie aandeelhouders inderdaad een grote commerciële en strategische betekenis. De Raad van Commissarissen zit daardoor vrij dicht op de directie. Ik denk dat er bij ons meer zaken zijn waarvoor de expliciete goedkeuring van de commissarissen vereist is dan bij een structuur-nv. Maar ik vind niet dat wij beknot zijn in onze bewegingsvrijheid bij beleid en operaties.”
Moet het feit dat de CEO van GasTerra een voormalige topambtenaar is, worden gezien als indicatie dat het primaat van de beleidsvorming in feite bij de Staat ligt?
“Ik zie dat niet zo. Ik ben hier aangenomen met de instemming van de voltallige Raad van Commissarissen. De overheid heeft weliswaar 50 procent van de aandelen in GasTerra maar gaf beslist geen opdracht mij te benoemen. Er is gezocht naar iemand met ervaring op het snijvlak van overheid en bedrijfsleven en met ervaring in de gassector. Ik was destijds namens de staat commissaris bij Gasunie, dus voldeed aan het profiel. Dat ik hier zit is zeker geen signaal dat de overheid het bij GasTerra voor het zeggen heeft.”
GasTerra zette vorig jaar bijna 24 miljard euro om maar bij het grote publiek is het een vrijwel onbekende naam.
“We hebben inderdaad maar een beperkt aantal klanten; huishoudens en minder grote afnemers moeten terecht bij de distributiebedrijven, zoals in ons land Essent, Nuon en dergelijke. Onze binnenlandse klanten zijn verder elektriciteitsproducenten en grote industriële afnemers. Daarnaast hebben we zeer grote klanten in het buitenland.“ “Met onze klanten sluiten we alle soorten en maten van contracten af; sommige kennen een prijskoppeling aan olie, stookolie of huisbrandolie, andere zijn aan de actuele gasmarkt gekoppeld, of aan een mandje van energieproducten. Ook zijn er grote variaties in looptijd, van 20 jaar tot enkele maanden of zelfs een week of dag.”
GasTerra zit ook in de daghandel?
“Ja, we zijn actief op de spotmarkt. De grootste ontwikkeling die we de afgelopen anderhalf jaar hebben gezien is de onstuimige groei van gashandel op de TTF.” [Het virtuele handelspunt op de Nederlandse gasmarkt.]
Betekent dat dan dat GasTerra ook in ‘papieren gas’ handelt?
“We hebben weliswaar een eigen trading floor, maar bijna alleen om gas te verkopen. Soms kopen we ook wat, maar dan alleen om onze portefeuille te balanceren. Wij doen niet in derivatenhandel, onze transacties omvatten uitsluitend gas dat fysiek wordt geleverd. Op de TTF zijn wel andere gashandelaren actief, daar verkopen wij ook aan, maar wij doen niet mee aan het rondpompen van zogeheten papieren gas. Daarmee zoek je een heel ander risicoprofiel op. Hier ligt niet onze kerncompetentie, dus blijven we er uit weg.”
Waarom gebruikt GasTerra in haar contracten met de Nederlandse distributiebedrijven nog steeds de prijskoppeling met de gemiddelde olieprijs over de voorgaande zes maanden – de gasmarkt is inmiddels toch totaal veranderd?
“Die prijsmethode is historisch gegroeid; maar is voor ons niet heilig. De afgelopen tijd is hier vooral discussie over ontstaan omdat de kleinverbruikers sinds januari een hoge gasprijs betalen terwijl de olieprijs juist fors is gedaald. Maar door deze methodiek hebben ze ook de snelle stijging van de olieprijzen in de eerste helft van vorig jaar met een grote vertraging doorberekend gekregen. Wij weten dat onze afnemers, de energiedistributiebedrijven, grote waarde hechten aan deze formule. Hoe meer je weet over hoeveel gas op langere termijn kost, hoe beter je in staat bent om vaste-prijsconcepten aan te bieden, waarmee men momenteel veel adverteert.” “Wij hebben geen enkel probleem om met kortere periodes te gaan werken; sterker nog, wij vinden het eigenlijk het prettigst om tussen het contracteren van het gas en het leveren ervan een zo kort mogelijke termijn te hebben zodat de prijs het best reflecteert wat op dat moment de marktwaarde is. Maar de klant is koning; als de grote afnemers tegen ons zeggen ‘laat het alsjeblieft zo’, dan is er voor ons geen reden om het anders te doen.”
Dus als in de Tweede Kamer een beweging zou ontstaan om de gasprijzen voor de consument sneller dan nu aan te passen…
“Dan zullen wij reageren met de mededeling dat men daarvoor bij de distributiebedrijven moet zijn, niet bij ons. Wij hebben daar geen probleem mee.”
Tot 2005, toen het ‘Gasgebouw’ werd gesplitst, has de oude Gasunie bijna honderd procent van de binnenlandse gasmarkt in handen. Hoeveel is daarvan na de splitsing overgebleven voor GasTerra?
“De grootste concurrentie heeft zich voorgedaan op de binnenlandse industriële markt, daarop zijn nu tal van binnen- en buitenlandse gasaanbieders actief. Hier is ons marktaandeel gezakt tot iets van 30 procent.” “Die daling was ook de bedoeling, daarvoor diende nu juist de liberalisering van de gasmarkt. Wij hebben het ook niet als falen ervaren, dit moest gebeuren, anders had de Toezichthouder terecht kunnen zeggen “Wat is hier nu aan de hand?”.
Het moest misschien gebeuren, maar het merendeel van je binnenlandse industriële markt kwijt raken is toch niet echt een feestje waard?
“Het heeft veel mensen hier natuurlijk verdriet gedaan; je zult maar account manager zijn en dan de ene klant na de andere zien vertrekken. Dan heb je weinig steun aan een directeur die zegt dat het ook zo moet. Die 30 procent zien wij overigens als een bodem, we zullen vechten om bestaande klanten vast te houden en nieuwe binnen te brengen.”
Maar wat is er nog meer gebeurd; want het totale verkoopvolume van GasTerra is in die periode nauwelijks veranderd, vorig jaar zelfs weer gegroeid.
“Het gasvolume dat beschikbaar kwam door het dalen van onze binnenlandse afzet hebben we direct kunnen verkopen op buitenlandse markten. Bijvoorbeeld met een nieuw tienjaars contract met Centrica in Groot-Brittannië waarvoor een speciale pijpleiding is gelegd onder de Noordzee. Direct na de vorming van GasTerra was onze verhouding tussen binnen- en buitenlandse afzet 50/50, inmiddels is het 40/60.”
Waarom bent u voor buitenlandse klanten zoveel aantrekkelijker dan voor binnenlandse; waarom staat het buitenland hier wel gretig voor de deur?
“Buitenlandse distributiebedrijven zijn heel zorgvuldig bezig om hun portefeuille af te dekken met langetermijncontracten. Onze vaste klanten maakten graag gebruik van de ruimte die daarvoor bij ons ontstond. Op de binnenlandse markt heeft de regelgeving ervoor gezorgd dat alle lange-termijncontracten zijn beëindigd. Op een gegeven moment zaten we hier zelfs in een situatie dat we geen enkel binnenlands contract meer hadden van langer dan een jaar.”
Waarom kijken Nederlandse distributiebedrijven zo anders aan tegen de markt en de marktontwikkeling?
“Ik weet dat er een gevoel leeft bij de Nederlandse distributiebedrijven van “Ach, het is helemaal niet erg als we op 30 december onze gasverkopen voor het komend jaar nog niet volledig gecontracteerd hebben, want dan bellen we morgen even naar GasTerra, die levert toch wel.” Tot nu toe hebben we die rol ook kunnen vervullen. Maar ook voor ons zijn vaste contracten een betere commerciële basis om de handelsportefeuille mee te vullen in plaats van te wachten tot de laatste dagen van het jaar of er nog klanten komen.”
Maar tot nu toe konden die klanten ook nog steeds in die laatste dagen bellen en geholpen worden.
“Ja, maar die mogelijkheid wordt wel steeds kleiner, het aanbod daalt. Uit kleine velden zal bijvoorbeeld over vijf jaar nog maar de helft worden geproduceerd van het volume in 2008. En weliswaar bevat het Groningenveld nog meer dan duizend miljard kubieke meter, maar ook deze ballon raakt leeg.”
Klinkt eigenlijk naar zorgeloos gedrag van de Nederlandse distributiebedrijven
“Ik maak me er ook zorgen over. Wij denken dat we er in Nederland qua gasvoorziening warmpjes bijzitten omdat we zoveel eigen gas hebben, maar je hebt contracten nodig om ook op lange termijn verzekerd te zijn van aanbod. Het is voor ons als GasTerra erg lastig om tegen goede klanten, die vragen of ze meer gas op lange termijn mogen kopen, te zeggen dat we dat niet doen omdat we ruimte willen houden voor het geval er nog binnenlandse klanten komen. Wij kunnen geen gas reserveren voor klanten die nog niet weten of ze voor ons zullen kiezen.”
Heeft GasTerra als half overheidsbedrijf geen plicht, of in elk geval morele last, om de binnenlandse gasvoorziening op peil te houden? Een soort van éigen gas eerst’?
“Ik geloof niet dat zoiets nog kan bestaan in het Europa zoals we nu hebben ingericht. Voor ons is de markt de Europese gasmarkt. Stel dat de Russen zouden zeggen, “We stoppen de export want we hebben het gas allemaal zelf nodig”, dan zouden we samen moord en brand schreeuwen. Nederlands gas is beschikbaar voor de hele Europese markt.”
Op hetzelfde moment importeert GasTerra, als voortzetting uit vroegere afspraken, gas uit Rusland en Noorwegen. Waarom?
“Omdat natuurlijk al veel langer bekend is dat de binnenlandse gasproductie terug gaat lopen. Als ik naar ons Gazpromcontract kijk, vier miljard kubieke meter per jaar tot 2020, dan is dat destijds gesloten om te voorkomen dat je pas aan een relatie met de toekomstige grootste gasleverancier van Europa, Rusland, begint op het moment dat je geen kant meer op kan. Het is overigens een bijzonder contract, wij kopen in de zomer meer gas van ze dan in de winter, omdat we met dat gas de gasbergingen vullen. Zowel voor ons als voor Gazprom is het daarom commercieel een interessant contract.”
Is GasTerra bezig om meer importcontracten te sluiten?
“Nee, onze strategie is om een evenwichtige aanbodportefeuille te hebben en daarin staat centraal om zoveel mogelijk toegevoegde waarde te halen uit het Nederlandse gas. We zoeken nu niet dwingend naar nieuwe importcontracten; we hebben nog een uitstekende portefeuille met als kern het gas uit het Groningenveld. Ook zijn er op handelsplaatsen veel meer mogelijkheden dan ooit om gas in te kopen, inclusief op termijn LNG.”
Maar gaat GasTerra dan niet dezelfde richting op die het nu de binnenlandse gasdistributiebedrijven verwijt, namelijk een nadruk op korte-termijnactiviteiten?
“Onze positie is echt heel anders; wij willen dit doen in de marge van een heel grote portefeuille, waarin zich al heel veel ‘zeker gas’ uit het Groningenveld bevindt. Ik verwijt anderen juist dat ze te weinig ‘zeker gas’ in hun aanbodportefeuille hebben.”
GasTerra steunt het plan om van Nederland de ‘gasrotonde’ van West-Europa te maken, een grootschalige fysieke gasopslag, aangesloten op een al even grootschalige transportcapaciteit. Omdat?
“Omdat dit Nederland economische activiteiten oplevert; als je op het kruispunt van wegen zit waarover iedereen wil rijden, dan kun je tol heffen. Ook zal het een basis vormen voor voorzieningszekerheid. Als je de fysieke capaciteiten hebt, gekoppeld aan een transparante en liquide markt, komt het gas naar je toe. Sommige mensen denken dat zo’n rotonde het gas hier goedkoper gaat maken, maar dat is niet waar, je zult altijd een wereldmarktprijs moeten betalen. GasTerra’s kerntaak bij die gasrotonde wordt vooral om er gas in te stoppen.”
Waarom is de CEO van GasTerra de leider van het Nederlandse industrieconsortium dat probeert betrokken te raken bij de ontwikkeling van de nieuwste Russische gasprovincie, Yamal?
“Omdat GasTerra een Nederlands bedrijf is met goede contacten in Rusland en het dus een belangrijke rol kan spelen als ambassadeur voor al die prachtige Nederlandse bedrijven die veel technische kennis te bieden hebben en dus grote opdrachten in de wacht kunnen slepen. Yamal is een Noord-Russische streek, groter dan de Noordzee, waar grote gasvelden worden vermoed. Omdat Yamal binnen de poolcirkel ligt, zijn enorme investeringen nodig om het gas te ontsluiten. Ik vervul deze rol op verzoek van VNO-NCW. We boeken goede vooruitgang, op expertniveau zijn inmiddels tal van Russisch-Nederlandse werkgroepen met elkaar in gesprek.”
Hoewel GasTerra veel Nederlandse klanten is kwijtgeraakt, vult het bedrijf, door de sterk gegroeide export, nog wel zo’n 60-70 procent van de transportcapaciteit van Gasunie. Kun je dan toch zeggen dat de liberalisering de concurrentie heeft vergroot en de gasprijs heeft verlaagd?
“Ik beantwoord beide vragen met ‘ja’. De klanten van Gasunie worden volstrekt gelijk behandeld. Zo gelijk dat wij soms vinden dat de Gasunie, waarvan we toch veruit de grootste klant zijn, wel eens iets meer met ons over hun beleid zou mogen communiceren. Maar in elk geval is de toegang tot het Nederlandse gastransportnetwerk non-discriminatoir, dus voor iedereen in gelijke mate mogelijk. Overigens was die toegang ook voor de splitsing al op een nette manier geregeld, maar nu kan er helemaal geen twijfel over bestaan.”
Maar de consument, is die er qua prijs op vooruitgegaan?
“Op de industriële markt is dat zeer zeker het geval. Op de retailmarkt zie je dat consumenten veel minder prijsbewust zijn; het switchgedrag, dus het overstappen naar een andere leverancier, is beperkt; tussen de vijf en tien procent slechts wisselt, en we hebben het idee dat het in feite ook nog eens om telkens dezelfde vijf tot tien procent gaat,de seriële wisselaars. Die groep heeft de liberalisering zeker voordeel gebracht, de ‘slapers’ hebben er minder van gemerkt.
In de doelstellingen van GasTerra staat dat “de waarde van het gas een efficiënt gebruik rechtvaardigt”, hoe vult het bedrijf die doelstelling in de praktijk in?
“Onder andere met advisering aan bedrijven om tot energiebesparing te komen en door de jarenlange steun, al begonnen in de tijd van de Gasunie, aan de technologie-ontwikkeling van de HRE-ketel, een hoogrendement- ketel die zowel warmte als elektriciteit maakt. Het is een systeem van cogeneratie waarbij de klant een beetje meer gas gebruikt, maar door een lagere elektriciteitsrekening jaarlijks zo’n 300 euro aan energiekosten bespaart. Er zit een Stirlingmotor in die twintig jaar onderhoudsvrij werkt. We naderen nu het eind van de demonstratiefase, ik hoop dat de ketel over twee jaar commercieel op de markt is.”
En dan verkoopt GasTerra de productielicenties aan commerciële ketelbouwers?
“Nee, we verkopen niets, deze ontwikkeling zien we als maatschappelijke dienstverlening, de kennis is voor iedereen beschikbaar. Het is de ideale ketel voor de bestaande woningmarkt.”
Hoe reageert u op de stelling dat aardgas eigenlijk een te nobele brandstof is om te verbranden voor elektriciteitsproductie nu er ook de technologie is van kolenvergassing samen met opvang en berging van CO2 , dus het concept van clean coal’?
“Mijn reactie is dan dat kolenvergassing en CCS alleen nog maar in theorie bestaan en dat de hoge kosten en de lage energetische efficiëntie ervan voorlopig behoorlijke struikelblokken zullen zijn om dit grootschalig in te zetten. Aardgas is en blijft ook de ideale brandstof om de elektriciteitsproductie snel mee op of af te schakelen naast het wisselende aanbod dat je hebt bij alternatieve bronnen zoals zon en wind.”
Tot slot, hoe verwarmen de mensen in 2050 hun woningen, kantoren, instellingen en fabrieken?
“Het is heel ver weg, ongeveer net zo ver als terugkijken naar het moment dat Nederland op gas overging. Tien jaar daarvoor had niemand dat kunnen denken want toen was de Groningenbel nog niet ontdekt. Ik ben ervan overtuigd dat tussen nu en veertig jaar een verrassing plaatsvindt die we nu niet kennen; en ik hoop dat het een mooie, duurzame verrassing zal zijn. De ontwikkeling van duurzame technologie zal veel sneller gaan dan het tempo tot nu toe. In de afgelopen decennia werd het zoeken vooral gestimuleerd door het algemene gevoel van “we moeten nieuwe richtingen op”, maar inmiddels is er de druk van geopolitieke ontwikkelingen op energiegebied, de enorme prijsstijging van energie, de klimaatdimensie en in het algemeen de aandacht voor duurzaam. Omdat dit er samen toe leidt dat duurzame energie een ‘harde business’ gaat worden, is de inspanning enorm vergroot. En dit gaat beslist tot resultaten leiden.” “Wat ik wel zeker weet is dat de warmtevraag in woningen fors gaat teruglopen; isolatie en bouwmaterialen worden steeds beter. Dit maakt het onlogisch om in nieuwe stadswijken nog met grootschalige op aardgas gebaseerde netten te werken. In nieuwbouwwijken ligt de gasvraag per woning inmiddels al beneden de duizend kubieke meter per jaar. Daardoor kan het niet uit om daar nog individuele gasketels neer te zetten. We zullen naar systemen met brandstofcellen, warmtepompen, warmteopslag en zonne-energie gaan. De gasvraag in nieuwe woningen wordt straks gedomineerd door de directe warmwatervraag en decentrale elektriciteitsopwekking in plaats van nu nog de warmtevraag. Omdat koeling ook belangrijker wordt, komen warmtepompen steeds sterker in beeld. Maar misschien zijn zelfs die in 2050 alweer achterhaald.”
Bron: Shell Venster, Uitgave van Shell Nederland B.V., editie: maart/april 2009
Auteur: Piet de Wit