Energietransitie

De overgang van de traditionele fossiele brandstoffen naar duurzame energie zal vele decennia duren. In dit overgangstraject is voor aardgas een belangrijke rol weggelegd. Aardgas is van de fossiele brandstoffen verreweg de minst vervuilende brandstof.

Daarnaast is het mogelijk aardgas te ‘vergroenen’ door het (deels) te vervangen door biogas met dezelfde samenstelling of door duurzaam geproduceerd waterstofgas bij te mengen. Een ander voordeel van gas is dat het flexibel inzetbaar is. Nu het aandeel duurzame energie in onze elektriciteitsproductie steeds groter wordt, zullen grotere fluctuaties optreden in de stroomproductie. Immers het waait niet altijd even hard en de zon verdwijnt af en toe achter de wolken. Snel reagerende gasgestookte centrales kunnen dan bijspringen. Dat kan met moderne grotere gascentrales, maar ook met kleine decentrale elektriciteitsopwekkers, zoals met micro-WKK (o.a. brandstofcellen) en mini-WKK-installaties.

Daarnaast kan de wijze van warmteopwekking in woningen worden aangepast ten tijde van overschotten van duurzame elektriciteitsproductie, namelijk door het toepassen van hybride warmtepompen (een combinatie van een kleine elektrische warmtepomp en een HR-combiketel). Gelukkig zit er nog meer dan voldoende aardgas in de grond, ook in Nederland, waar het Groningenveld ruim vijftig jaar na de ontdekking nog bijna 1000 miljard kubieke meter bevat.

De productie van dit gas heeft echter naast grote voordelen ook nadelige kanten, zoals recentelijk bleek toen het winningsgebied werd opgeschrikt door een reeks lichte aardbevingen. Niet uitgesloten kan worden dat in de toekomst krachtiger bevingen zullen voorkomen. De producent van het gas, de NAM, werkt nauw samen met de overheid en de lokale gemeenschap om de schade in kaart te brengen en te herstellen en maatregelen te nemen die de risico’s die met de gaswinning gepaard gaan, te beperken.