Met gas-to-gas pricing wordt bedoeld het tot stand komen van een zelfstandige aardgasprijs door vraag en aanbod van marktpartijen, zonder dat er een directe prijskoppeling bestaat met andere energiebronnen.
Indirect is er in landen met gas-to-gas pricing overigens wel degelijk een relatie tussen de aardgasprijs en de prijs van andere energiebronnen, omdat een deel van de grote industriële verbruikers en elektriciteitscentrales beschikt over dual-fired installaties, waarin zowel gas als stookolie/gasolie als brandstof kan worden ingezet.
Op dit moment is gas-to-gas pricing in continentaal Europa nog geen volwaardig alternatief voor een oliegerelateerde aardgasprijs. Het beperkte aantal grote, producerende landen (4 tot 5 landen) en de aanhoudende vraag naar oliegerelateerde prijzen, gezien de noodzaak van nieuwe investeringen en van stabiele prijzen uit oogpunt van leverings- en voorzieningszekerheid, vormen de belangrijkste redenen. De handel in gas op het vasteland van Europa vindt momenteel plaats op diverse handelsplaatsen (Zeebrugge in België, TTF in Nederland, Baumgarten in Oostenrijk, PSV in Italië, Emden/Bunde in Duitsland) die elk nog onvoldoende omvang hebben om voor het geheel prijsbepalend te worden. Het aantal transacties op deze punten neemt echter toe.
Het National Balancing Point (NBP) in Engeland is een voorbeeld van een relatief grote, liquide en transparante aardgas-handelsplaats die zich over de jaren heeft ontwikkeld. Echter, ook deze markt heeft nog lang niet de omvang van de Henry Hub in Amerika. Indien in West-Europa eenzelfde ontwikkeling tot stand komt als in Amerika, is het waarschijnlijk dat in toenemende mate ook hier gas-to-gas pricing plaats gaat vinden. GasTerra staat open voor deze ontwikkelingen, ook al leidt dat tot grotere prijsschommelingen. Het is zeker niet per definitie zo dat gas-to-gas pricing tot lagere prijzen leidt. Dit hangt natuurlijk vooral af van de verhouding tussen vraag en aanbod waarbij krapte, of de perceptie van krapte, de prijs omhoog kan duwen.
[GRAFIEK]
Bovenstaand figuur toont het groeiend verloop van de handel op de Nederlandse TTF. Hierbij wordt onderscheidt gemaakt naar verhandeld volume en fysiek geleverd volume. Vanaf 2005 wordt het volume ongeveer twee keer verhandeld voordat het fysiek wordt geleverd.